Motorola MTM800E

Motorola MTM800E
Motorola MTM800E

De nieuwste aanwinst in het Tetra-to-Echolink project, is de Motorola MTM800E. ‘E’ staat in dit geval voor ‘Enhanced’. Want ondanks dat het front precies zo als een MTM5400 uitziet, is dit een verbeterde versie van de MTM800. En de MTM800 was op zijn beurt weer optisch identiek aan de MTM700, maar technisch gezien een stuk verbeterd.

Onder de motorkap van de sets is echter wel veel gebeurd. De belangrijkste reden om een MTM800E op te snorren is dat deze meer mogelijkheden heeft om data vanaf de PEI-interface te kunnen aftappen. Het is uiteindelijk namelijk de bedoeling om de SDS-berichten vanaf de PEI-poort uit te lezen en te vertalen naar stuurcommando’s voor SVXLink. De MTM800 die momenteel nog als node-transceiver dienst doet, biedt hiervoor onvoldoende mogelijkheden. Dat is op zich geen probleem, want voor deze ‘gewone’ 800 bestaat opnieuw emplooi als /M transceiver. Deze set is namelijk al voorzien van een remote-installatie set EN de GPS-module is hierin aanwezig. Wellicht een optie om ook GPS-data te gebruiken voor APRS.

Met de 800E is wel enig stuntwerk nodig geweest voordat deze te programmeren was en voordat de data vanaf de PEI-interface zichtbaar gemaakt kon worden. Hier een aantal aandachtspunten.

Front of backside programmeren?

Ondanks dat de set kennelijk via zowel de microfoon-connector als via de accessoire-connector aan de achterzijde geprogrammeerd kan worden, is het mij alleen gelukt om dit via de microfoon-aansluiting te doen. De zelf geknutselde programmer voor de achterzijde (die het perfect doet voor de ‘gewone’ 800, is hier niet bruikbaar. Ook niet even proberen, want de accessoirepoort van de 800E wil 3.3V zien, en de programmer heeft een TTL-niveau van 5V! Verder blijkt enkel een USB-kabel hier succesvol te zijn. Programmeren via de RS232-poort is geen optie. Er is wel een kabel die je tussen de set en de COM-poort kunt spannen: dit is de ‘active data cable’ waarmee enkel seriële output van de set uitgelezen kan worden, maar niet geprogrammeerd.

Een USB-kabel voor de microfoon-connector is op een bekende veiling-site iets goedkoper verkrijgbaar dan originele Motorola parts. Daarvoor doet deze het niet minder goed.

Programming mode

Volgens de servicedocs van Motorola gaat de set vanzelf in programmeermodus wanneer de USB-kabel aangesloten wordt en de set ingeschakeld. Er gaan enkele seconden overheen, voordat de set herkent dat hij aan de computer aangesloten is. Vervolgens verschijnt een geen scherm waarop een waarschuwing staat de kabel niet los te trekken. Dit werkte bij mij ook enige tijd zo. Waarschijnlijk heb ik in mijn enthousiasme ergens een vinkje gezet of weggehaald waardoor dit nu niet meer het geval is. De set gaat niet meer vanzelf in programmeermodus. Dat is geen probleem, want met de toetsencombinatie [1] + [9] + inschakelen is de set te overtuigen wel de programmeerstand aan te nemen. De toetsen zijn ook uitdrukkelijk in deze volgorde te drukken:

  • [1] indrukken en vasthouden;
  • dan [9] indrukken en eveneens vasthouden;
  • met [1] en [9] ingedrukt de set inschakelen en na een tel alle drie de toetsen loslaten.

Wat doet de accessoire-connector?

Zowel servicedocs als installatie-documentatie, als berichten in fora zijn niet eenduidig: kun je met een ‘active data cable’ direct seriële data van de accessoire-connector uitlezen of niet? Kort maar krachtig: ja, dat kan. Er zijn geen interface boxen of enhanced control heads of wat dies meer zij nodig. Op de pennen 19 en 20 staat seriële data met 3.3V TTL-niveau! Daarom heb ik zelf een provisorische datakabel gemaakt met een 3.3V FTDI-chip. Deze wordt op de PC onder Windows prima gemanaged en als ‘COMx’ in het systeem ingebonden. Met een terminal programma zoals bijvoorbeeld ‘Termite’ kunnen AT-commando’s gegeven en uitgelezen worden. Handshake is niet nodig, wel even zorgen dat de communicatie-parameters goed gezet worden. Ik heb bij wijze van test gewoon 9600N1 aangehouden, maar in de praktijk kan de snelheid flink opgeschroefd worden. Deze instellingen moeten via CPS Plus ingesteld worden.

Eveneens belangrijk om via CPS Plus het gedrag van de PEI-interface goed in te stellen.

Data Services‘ > ‘AT commands‘ > alle drie opties aanvinken (‘ETSI Group Setup Format‘, ‘ETSI AT SDS/Status Format‘ en ‘Extended ETSI Addressing‘).

Service profiles

Wanneer de seriële verbinding tot stand gekomen is, kan deze getest worden door in het terminalvenster het commando ‘AT’ (zonder aanhalingstekens’ te typen. De set moet dan reageren met ‘OK’. Wanneer dit niet het geval is, is iets niet goed ingesteld.

Geeft de set wel ‘OK’ terug, wordt niet vanzelf SDS en GPS data via de PEI-interface afgegeven. Daarvoor moeten nog de juiste service profielen geactiveerd worden:

Activeren van SDS-doorvoer naar PEI –> AT+CTSP=1,3,130

Activeren van GPS-doorvoer naar PEI –> AT+CTSP=1,3,131

SDS Status-ontvangst registreren –> AT+CTSP=1,2,20

GPS LIP-ontvangst registreren –> AT+CTSP=1,3,10

Vanaf dit punt kan met een tweede Tetra-set (waarbij GPS voorhanden en actief is) getest worden of zowel status-berichten, SDS-berichten als ook positie-data in het terminal-venster zichtbaar worden.

Hex-format

De data die als het goed is nu te zien is, is deels hexadecimaal, en bestaat uit twee regels. In de eerste regel staat een ‘tag’ die de output kenmerkt (in dit geval +CTSDSR’). Daarachter staan onder andere de ISSI-adressen van afzender en ontvanger. De tweede regel is interessant. Want hierin staat in hexadecimale vorm het bericht. Dit kan als volgt uitzien:

+CTSDSR: 12,6301504,0,6301000,0,84

82040D015465737462657…..